Als ondernemer van een BV ben je verplicht jezelf salaris uit te keren. In tegenstelling tot een eenmanszaak waarin je zelf de hoogte van de onttrekking kan bepalen zijn er aan het salaris van een DGA regels verbonden. De hoogte van het salaris wordt jaarlijks beoordeeld en vastgesteld volgens de gebruikelijk loonregeling DGA welke in de Staatscourant wordt gepubliceerd.

 

1.Gebruikelijk loon DGA stijgt in 2020 naar € 46.000

2.Uitzonderingen

3.Meewerkend partner

Gebruikelijk loon DGA stijgt in 2020 naar € 46.000

Met de gebruikelijke loonregeling wil de Belastingdienst voorkomen dat je als DGA een te laag salaris opneemt uit je BV. De hoogte hiervan kan voor een startende ondernemer of overgang van rechtsvorm een drempel vormen gezien de hoogte van het inkomen. Het vastgestelde bedrag is volgens de Belastingdienst een gebruikelijk loon voor een DGA, er zijn wel een aantal voorwaarden waardoor de hoogte kan verschillen:

– 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking
– het hoogste loon van de overige werknemers van de BV of daarmee verbonden vennootschappen

Mocht er in een ander dienstverband aannemelijk meer verdiend kunnen worden dan dien je minimaal 75% van dit loon aan jezelf uit te keren met een minimum van € 46.000. Je mag het gebruikelijk loon niet lager vaststellen dan het loon van de meest verdienende medewerker in de BV of vennootschappen.

Uitzonderingen

Uiteraard zijn er een aantal uitzonderingen om van het gebruikelijk loon DGA af te wijken. Om het loon lager dan vastgesteld gebruikelijk loon voor een DGA vast te stellen moet er aangetoond worden dat loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is. Hiervoor zal er verzoek bij de Belastingdienst ingediend moeten worden.

Het privégebruik van de auto van de zaak telt mee voor het gebruikelijk loon. Bij een gebruikelijk loon van € 46.000 en een bijtelling voor privégebruik van de auto van € 5.000 (loon in natura), kan je volstaan met € 41.000 loon in geld.

Startende ondernemers die in de beginjaren te maken hebben met investeringen of een lage cashflow mogen maximaal de eerste 3 jaren een lager gebruikelijk loon uitkeren. Let wel, het loon mag niet beneden het wettelijk minimumloon liggen. Mocht de continuïteit van de onderneming in het geding komen, mag er ook afgeweken worden van de hoogte van de gebruikelijk loonregeling. Denk je een goede reden te hebben om af te wijken van de bovengenoemde regels, dan is het slim om dit te overleggen met de Belastingdienst.

Meewerkend partner

Vaak zien wij dat, vooral bij startende ondernemingen, de partner een bijdrage levert in de onderneming. Alle hulp is welkom, maar dit kan niet helemaal voor niks. De Belastingdienst heeft hier een aantal mogelijkheden voor bedacht:

– er wordt een vergoeding betaald van minder dan € 5.000 en geniet meewerkaftrek. Dit bedrag dient opgegeven te worden in de Inkomstenbelasting van de partner
– er wordt een arbeidsbeloning van meer dan € 5.000 afgesproken en er wordt betaald voor het meewerken
– er wordt een arbeidsovereenkomst aangegaan en de partner is volwaardig medewerker

Belangrijk uitgangspunt is dat de beloning reëel moet zijn voor het werk dat de partner doet en er moet in de administratie duidelijk blijken hoe de uitbetaling plaatsvindt. Registratie van de gewerkte uren is belangrijk en kan als bewijslast dienen mocht de Belastingdienst het niet eens zijn met het bedrag wat is uitgekeerd.